Academische taal als gelijkmaker

Om succesvol te kunnen zijn in het hoger onderwijs, heb je academische taal nodig. Als de taal die in het hoger onderwijs gesproken wordt, niet je eerste taal is, maakt dat het studeren of het presteren moeilijker. Dat geldt voor leerlingen voor wie Nederlands de tweede (derde, vierde) taal is, maar ook voor leerlingen die opgroeien in een omgeving waar geen academisch Nederlands gebruikt wordt.

In mijn vorige blog schreef ik over het herkennen van cognitief talent in groepen met lage sociaaleconomische status. Stel nu dat we zover zijn dat we deze leerlingen herkennen, hoe zorgen we er dan voor dat ze het ook nog goed doen op hogere onderwijsniveaus? In ons Erasmus+ project Creating Equal Opportunities at School doen we dat door leerlingen academische taal aan te leren.

Taal leren kinderen van jongs af aan thuis, op straat en op school. Het vergroten van de woordenschat draagt echter vanaf een bepaald punt nauwelijks meer bij aan een beter begrip van de taal. In het Engels ligt die grens bij 2000 woorden. Als je de 2000 meest voorkomende woorden kent, kan je 78% van de teksten begrijpen. Om teksten op hoger niveau te kunnen begrijpen, helpt het niet meer om willekeurig meer woorden te leren. Het gaat dan niet meer om de kwantiteit, zoveel mogelijk woorden kennen, maar om de kwaliteit van die woorden. Leerlingen hebben dan specifieke, academische taal nodig. En dan niet zozeer vakspecifieke woorden als ‘fotosynthese’, ‘kwadraat’ of ‘metafoor’. Dat zijn woorden die een vakdocent uitlegt. Het gaat juist om algemenere academische woorden, zoals ‘analyse’, ‘kanttekening’ of ‘specificeren’.

Naast woorden leren, gaat het ook om leren in welke situatie welke taal passend is. Denk aan een chique, formeel diner. Er zijn ongeschreven regels over kleding die wel of niet passend is en er zijn regels die bepalen dat je bestek van buiten naar binnen gebruikt en niet andersom. Ook in de taal zijn er van deze ongeschreven regels die zelden iemand je expliciet uitlegt. Als kind van hoogopgeleide ouders met een hoogopgeleide familie en sociale omgeving, krijg je die vanzelf mee. Kom je uit een gezin waar niemand gestudeerd heeft, dan moet je je bewust worden van deze gewoontes en ze eigen maken.

In ons Erasmus+ project werken we samen met LondonG&T. Zij werken al meer dan 10 jaar met nieuwkomers in London. Een van hun projecten is het REAL project, Realising Equality & Achievement for Learners. Dit project is erop gericht om leerlingen met hoog leerpotentieel te herkennen en sneller toegang te geven tot hogere onderwijsniveaus. Dit doen zij onder andere door het aanleren van academische taal.

Leerlingen uit het Londonse REAL project vertelden wat er gebeurt als je de uitleg of een opdracht niet goed begrijpt: je kunt geen goed, precies antwoord geven, want je begrijpt de vraag niet goed. Je kunt geen goed, precies antwoord geven, want je hebt de taal niet om dat te doen. Je stopt met je huiswerk, omdat je niet verder kunt, omdat je het niet begrijpt. Je wordt onzeker en haakt af. Deze leerlingen merkten dat ze door het programma dat ze aangeboden kregen wel hun huiswerk konden doen en begrepen wat er gevraagd werd. Ze hadden hier niet alleen bij het vak Engels profijt van, maar ook bij zaak- en bètavakken. En misschien wel het allerbelangrijkste: ze kregen zelfvertrouwen dat ze het aankonden en konden sneller naar een passend hoog niveau van onderwijs.

Het expliciet aanleren van academische taal aan leerlingen met lage sociaaleconomische status en bovengemiddelde capaciteiten is cruciaal om ze de kans te geven succesvol te zijn in hoger onderwijs. In het CEOS-project proberen we daaraan ons steentje bij te dragen. Houd mijn blog van januari in de gaten. Daar ga ik in op de eerste resultaten van het project.

Meer weten?

Experts in de ontwikkeling van cognitief talent (10 – 18 jaar)

Middelstegracht 87f
2312 TT Leiden
Nederland
+31 71 7850850

Volg ons

Op de hoogte blijven?
Ontvang onze nieuwsbrief


Copyright Bureau Talent