• Home
  • Nieuws
  • Eerste resultaten van het CEOS-project

Eerste resultaten van het CEOS-project

De eerste resultaten van ons CEOS-project voor gelijke kansen in het (hoog)begaafdenonderwijs geven aan dat er impact is, maar ook dat er aanpassingen aan de interventies – de wijze van aanleren van academische taal – nodig zijn om deze groep lage SES-leerlingen nog beter vooruitgang te laten boeken.

Over het herkennen van cognitief talent in groepen met lage sociaaleconomische status en de noodzaak van het aanleren van academische taal schreef ik eerder. Nu neem ik je graag mee naar de resultaten van de eerste ronde interventie van ons CEOS-project. Helaas hebben we ook in dit project flink last gehad van schoolsluitingen en lockdowns. Aan de andere kant is een pilot bedoeld om van te leren. Daarover lees je hieronder meer.

 

Selecteren

Voor het vinden van cognitief talent gebruikten we de CoVaT: de cognitieve vaardighedentest, ontwikkeld door de Hogeschool Thomas More in Antwerpen. Deze bestaat uit verbale en non-verbale onderdelen. De verbale meten de zogenaamde gekristalliseerde intelligentie, dus: wat heb je al opgedaan aan kennis? Het non-verbale gedeelte meet de fluïde intelligentie, de potentie, aanleg. Om taal- en cultuuraspecten zoveel mogelijk buiten de selectie te houden, hebben we ervoor gekozen om de meting van de fluïde intelligentie het criterium te laten zijn bij de selectie. Het verbale gedeelte gebruikten we alleen om te kijken of daar groei te zien was.

Ons doel was om leerlingen te selecteren uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status (SES). Voor deze selectie vroegen we ouders om vragenlijsten in te vullen met gegevens over de taal die thuis gesproken wordt, het land van geboorte en hun opleiding en beroep. Leerlingen die aan één van deze indicatoren voldeden, werden uitgenodigd om deel te nemen aan ons project.

 

Resultaten

Uit de voormetingen (cognitieve vaardigheden en sociaaleconomische status) is duidelijk geworden dat er grote verschillen zijn tussen de leerlingpopulaties op de vier deelnemende scholen.

  • Op een van de scholen werd bij ongeveer de helft van de leerlingen thuis alleen een andere taal gesproken.
  • Op een andere school was de groep waar thuis Nederlands gesproken werd het grootst.
  • Eén school sprong eruit wat betreft migratiestatus: de grootste groep leerlingen op die school was zelf in een ander land geboren of (minstens één van) hun ouders.
  • En tot slot was er een school waar opleidingsniveau en beroepsstatus van de meeste ouders gemiddeld of hoog was.

De nametingen vonden pas een half jaar later plaats dan gepland en dus ook een half jaar na afronding (of soms nog niet eens helemaal) van het programma. De resultaten daarvan stellen ons voor een aantal vraagtekens. Wat de invloed is geweest van de lockdown en het uitstel van de nameting kunnen we niet vaststellen. Uit de CoVaT bleek dat de leerlingen op sommige scholen vooruit gegaan waren op de gekristalliseerde intelligentie, maar niet op alle scholen. Als we kijken naar de schoolvakken had het programma alleen bij het vak aardrijkskunde positief effect. Dat is op zich goed nieuws, want aardrijkskunde is een talig vak. Maar waarom zagen we geen effect bij geschiedenis of wiskunde? 

Kortom, de uitkomsten van de eerste ronde hebben ons voor meerdere vraagtekens gesteld:

  • Waarom was er op de ene school wel en op de andere geen verbetering zichtbaar in de gekristalliseerde intelligentie?
  • Waarom had het programma wel positieve invloed bij het vak aardrijkskunde en niet bij de andere vakken?
  • Hoe kunnen we zorgen voor meer positief effect?

 

Verbeterpunten

Om beter tegemoet te komen aan de verschillende leerlingpopulaties voeren we een aantal veranderingen door. De woordenlijst verdelen we in onderbouw en bovenbouw VO en vervolgens in vier niveaus die gelinkt zijn aan de Europese Referentie Kaders (ERK) voor taalonderwijs. De leseenheden maken we kleiner, zodat leerlingen sneller vooruitgang boeken.

Naast het digitale lesprogramma hadden we ook een fysiek programma waarin docenten met de leerlingen werkten aan de woordenlijst. Deze lessen werden door de leerlingen als motiverend ervaren. Zij hadden deze lessen twee keer per week een half uur. De leerlingen en docenten merkten dat dit eigenlijk te kort was. In de tweede ronde kiezen de scholen er dan ook voor om één lesuur per week in te roosteren, in de verwachting dat dat meer oplevert.

Daarnaast was het raamwerk van het totale programma voor alle scholen hetzelfde. Daarin waren de fysieke lessen en online lessen opgenomen. Nu we gezien hebben dat de leerlingpopulaties heel verschillend zijn, hebben we de scholen gevraagd om het programma naar eigen inzicht samen te stellen. Zo kunnen zij beter aansluiten bij de leerbehoeften van hun eigen leerlingen.

In maart start de nieuwe groep leerlingen met het verbeterde programma. We houden daarbij de ervaring van Ian Warwick, onze Britse partner van LondonGT, op het netvlies dat voor dit soort programma’s een lange adem nodig is.

 

We willen graag een vervolg geven aan wat we begonnen zijn. Naast een vervolg met VO-scholen, starten we ook graag een pilot in de bovenbouw van het PO, zodat we straks een doorlopende leerlijn kunnen aanbieden. Zou je interesse hebben om deel te nemen aan een PO-pilot, of wil je met jouw VO-school deelnemen aan het vervolg van het CEOS-project? Neem dan contact op met Lineke van Tricht.

Ben je benieuwd naar de ervaringen van de leraren? Bekijk dan dit filmpje.

Experts in de ontwikkeling van cognitief talent (10 – 18 jaar)

Middelstegracht 87f
2312 TT Leiden
Nederland
+31 71 7850850

Volg ons

Op de hoogte blijven?
Ontvang onze nieuwsbrief


Copyright Bureau Talent